Vennootschapsbelasting
Binnen de vennootschapsbelasting bestaan twee tarieven:
het "flat" tarief en de verminderde tarieven voor kleine en middelgrote vennootschappen.
- Het normale tarief bedraagt 33 procent. Dit tarief moet verhoogd worden met 3 procent crisisbelasting
(art. 463bis, § 1, 1° W.I.B. 1992) zodat het uiteindelijke tarief 33,99 procent wordt.
- Daarnaast bestaat een verlaagd tarief dat volgende structuur heeft:
- op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25 pct.
- op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31 pct.
- op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5 pct.
Om dit verlaagd tarief te krijgen, moeten echter vijf voorwaaden vervuld worden.
Het verlaagd tarief is dan ook niét van toepassing op:
- op vennootschappen, andere dan door de Nationale Raad van de coöperatie erkende
coöperatieve vennootschappen, die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50
procent, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestort
kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. In aanmerking komen de waarde
van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden op de dag
waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld. Om te bepalen of de
grens van 50 procent overschreden is, worden de aandelen, die ten minste 75 procrent vertegenwoordigen
van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking
genomen
- op vennootschappen waarvan de aandelen die het maatschappelijk kapitaal
vertegenwoordigen voor ten minste de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen en
die geen door de Nationale raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen zijn
- op vennootschappen waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13 pct. van het gestorte
kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk
- op vennootschappen, andere dan door de Nationale Raad van de coöperatie erkende
coöperatieve vennootschappen, die ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk niet aan
ten minste één van hun bedrijfsleiders een bezoldiging hebben toegekend die gelijk is aan of hoger is
dan het belastbare inkomen van de vennootschap, wanneer die bezoldiging minder bedraagt dan:
- vóór aanslagjaar 2005: 24.500 EUR
- aanslagjaar 2005: 27.000 EUR
- aanslagjaar 2006: 30.000 EUR
- aanslagjaar 2007: 33.000 EUR
- vanaf aanslagjaar 2008: 36.000 EUR
- op vennootschappen die deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum
behoort als vermeld in het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting
van coördinatiecentra.