Controlesysteem
De vraag die velen zich vanzelfsprekend stellen, is of men kan weten wanneer de onderneming een grondige controle zal krijgen. Op deze vraag kan zonder meer met “ja” geantwoord worden. Op de eerste bladzijde van zowel de aangifte vennootschapsbelasting als van de personenbelasting van zelfstandigen, staat een code. Alle dossiers zijn opgedeeld in zes categorieën die ad random werden gevuld door de computer. De dossiers van vennootschappen werden genummerd van C1 tot C6. Deze van zelfstandigen, natuurlijke personen van B1 tot B6. Bedoeling is dat de A.O.I.F. (Administratie voor Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit ) elk jaar in de zesjarige cyclus één categorie behandelt. Gedurende de periode 01.07.2005 tot 30.06.2006 is categorie 3 (B3 en C3) aan de beurt. Tijdens de volgende twaalf maand van 01.07.2006 tot 30.06.2007, wordt groep 4 (B4 en C4) behandeld.
De bijhorende tabel geeft aan voor welk boekjaar, welke controle wordt gepland. Daarbij wordt uitgegaan van een belastingplichtige wiens boekjaar samenvalt met het kalenderjaar. Voor de periodes waar geen controles worden gepland, stelt de fiscus evenwel dat tijdens de twee controleperiodes die volgen op een grondige verificatie, nieuwe controle- en opsporingsinitiatieven kunnen gepland worden wanneer de vaststellingen die gedaan werden bij de grondige verificatie dit rechtvaardigen. Zo nodig kan dit met het oog op een nieuwe grondige verificatie, een wijziging of een versnelling in de controlefrequentie tot gevolg hebben. Dus: van deze tabel kan zondermeer afgeweken worden!
In het jaar voordat de grondige controle zal plaatsvinden, zullen gerichte opsporingen door de verificatieteams van het controlecentrum gebeuren. Dit betekent dat ambtenaren soms zonder enige aankondiging de onderneming kunnen bezoeken om de kas te controleren, na te gaan of het contante ontvangstendagboek aanwezig is en systematisch bijgewerkt wordt, om vaststellingen te doen van de aan de klant aangerekende prijzen. Zo bezoeken deze ambtenaren horecazaken om na te gaan of de noodzakelijke “B.TW-bonnetjes” worden afgeleverd. Ook kunnen zij loutere vaststellingen doorgeven aan de ambtenaar die gedurende het volgende jaar het dossier grondig zal controleren. Neem als voorbeeld de vaststelling dat gedurende vijf werkdagen een bestelwagen van een loodgieter stond voor een woning. De ambtenaar die dan verder zal controleren, kan nagaan of een verkoopfactuur voor dit werk gemaakt is en in verhouding staat tot de duur van het werk. Al deze vaststellingen hebben in principe bewijskracht, tenzij de belastingplichtige uiteraard het tegendeel bewijst.
Naast de grondige controle voor in principe twee boekjaren, zal tevens een beheerscontrole uitgevoerd worden voor minstens twee andere boekjaren. Dit wordt in de praktijk een “summiere controle” genoemd. In principe betekent dit dat de “oude” controles de verificatie uitvoeren. Het gaat om een op kantoor uitgevoerde controle op basis van documenten, die soms aangevuld kan worden met een kort bezoek ter plaatse. In principe omvat dergelijke controle (zoals gesteld mede omwille van de strikte verjaringstermijnen van art. 354, eerste lid W.I.B. 1992) net zoals de grondige controle, twee boekjaren.
- Controlesysteem ondernemings- en inkomensfiscaliteit (AOIF)*
Controleperiode 2003-04 2004-05 2004-05 2005-06 2006-07 2007-08 Grondige controle B1/C1 B2/C2 B3/C3 B4/C4 B5/C5 B6/C6 Beheerscontrole B4/C4 B5/C5 B6/C6 B1/C1 B2/C2 B3/C3 - Controlesysteem concreet toegepast**
Boekjaar B/1
C/1B/2
C/2B/3
C/3B/4
C/4B/5
C/5B/6
C/62002 grondig grondig summier summier 2003 grondig grondig summier summier 2004 summier grondig grondig summier 2005 summier summier grondig grondig 2006 summier summier grondig grondig
(*) Indien het dossier geselecteerd is, kan de belastingplichtige een controle krijgen tussen 1 juli van het
eerste vermelde jaar en 30 juni van het tweede vermelde jaar. De Administratie kan van dit systeem naar goeddunken
afwijken.
(**) In principe geldt deze tabel voor boekjaren die samenvallen met het kalenderjaar. De Administratie kan van dit systeem naar goeddunken afwijken.